btw.
aan / uit

Gratis advies

Kom je er niet uit? Onze specialisten helpen je graag bij het vinden van de juiste producten

Storing melden?

Last van een storing? Onze specialist komt direct ter plaatse, 24/7.

Elektromotor vervangen: welke specificaties moeten overeenkomen?

Bij het vervangen van een elektromotor controleer je het vermogen, toerental, de voeding, bouwvorm en afmetingen. Ook de bescherming, aansturing en eventuele extra voorzieningen moeten passen bij de machine. Het typeplaatje van de bestaande motor is hiervoor het vertrekpunt, maar vertelt niet altijd het hele verhaal. Een motor met hetzelfde aantal kilowatt is dus niet automatisch een geschikte vervanger. Hieronder lees je welke gegevens je vergelijkt en waar je op moet letten.

Begin bij het typeplaatje van je elektromotor

Op het typeplaatje vind je de belangrijkste gegevens waarmee je een vervangende elektromotor kunt selecteren. Maak eerst een scherpe foto waarop alle aanduidingen leesbaar zijn. Noteer ook het merk en de volledige type aanduiding, inclusief eventuele aanvullende letters en codes. Deze gegevens komen vaak terug:
kW

Motorvermogen in kilowatt. Geeft aan hoeveel mechanisch vermogen de elektromotor bij nominale belasting aan de motoras levert. Dit vermogen moet passen bij de belasting van de machine. Een te laag vermogen kan leiden tot overbelasting en uitval.

Nominale spanning in volt. Geeft aan voor welke voedingsspanning de elektromotor geschikt is. Controleer of deze overeenkomt met de beschikbare netspanning en de gekozen schakeling. Een verkeerde spanning kan de motor beschadigen.

Nominale stroom in ampère. Geeft aan hoeveel stroom de motor bij de vermelde nominale bedrijfscondities opneemt. Deze waarde is belangrijk voor het instellen van de motorbeveiliging en het selecteren van een geschikte frequentieregelaar.

Elektrische frequentie in hertz. Geeft aan voor welke voedingsfrequentie de motor is ontworpen, meestal 50 of 60 Hz. De frequentie beïnvloedt het toerental van de elektromotor. Met een frequentieregelaar kun je deze aanpassen om het toerental te regelen.
Toerental in omwentelingen per minuut. Geeft aan hoe vaak de motoras per minuut draait bij de vermelde bedrijfscondities. Het juiste toerental hangt af van de snelheid die jouw machine nodig heeft. Bij een standaard vierpolige motor op 50 Hz ligt dit vaak rond de 1.450 rpm.

Driehoek- en sterschakeling. Geeft aan hoe de motorwikkelingen elektrisch aangesloten kunnen worden. De combinatie met de aangegeven spanning bepaalt welke schakeling geschikt is. Een verkeerde aansluiting kan leiden tot overbelasting of schade aan de motor.

1~ / 3~

Eenfase- of driefasenmotor. Geeft aan welk type elektrische voeding de motor nodig heeft. Eenfasemotoren worden doorgaans aangesloten op 230 V, terwijl driefasenmotoren veelal op een 400 V-net worden gebruikt. Controleer altijd de aangegeven motorspanning en beschikbare aansluiting.

Energie-efficiëntieklasse van de motor. Geeft aan hoe efficiënt de elektromotor elektrische energie omzet in mechanisch vermogen. Klassen zoals IE2, IE3 en IE4 helpen bij het vergelijken van het rendement. Een hogere klasse betekent doorgaans minder energieverlies bij vergelijkbare bedrijfsomstandigheden.

Beschermingsgraad van de motorbehuizing. Geeft aan hoe goed de elektromotor beschermd is tegen stof en water. Een IP55-motor is bijvoorbeeld stofbeschermd en bestand tegen waterstralen. De benodigde beschermingsgraad hangt af van de omgeving waarin de motor wordt gebruikt.

Montagevorm van de elektromotor. Geeft aan hoe de motor gemonteerd kan worden, bijvoorbeeld met voeten (IM B3) of een flens (IM B5). Bij het vervangen van een motor moet de montagevorm aansluiten op de bestaande installatie.

Bedrijfssoort van de elektromotor. Geeft aan voor welk gebruikspatroon de motor is ontworpen. S1 staat voor continu bedrijf, S2 voor kortstondig bedrijf en S3 voor periodiek onderbroken bedrijf. De juiste bedrijfssoort voorkomt dat de motor thermisch overbelast raakt.

Thermische klasse van het isolatiesysteem. Geeft aan tegen welke maximale temperatuur de isolatie van de motorwikkelingen bestand is. Bij isolatieklasse F is dit bijvoorbeeld 155 °C. De isolatieklasse is belangrijk voor de thermische belastbaarheid en levensduur van de motor.

Staan er meerdere regels met waarden op het plaatje? Lees dan steeds de gegevens die bij dezelfde spanning en frequentie horen. Combineer bijvoorbeeld niet het vermogen bij 50 Hz met het toerental bij 60 Hz.

Deze uitleg richt zich vooral op gangbare industriële asynchrone motoren. Bij speciale motoren, zoals servomotoren of motoren met meerdere toerentallen, zijn aanvullende gegevens nodig.

Welke elektrische gegevens moet je vergelijken?

De nieuwe motor moet geschikt zijn voor de beschikbare voeding én voor de belasting van de machine. Vergelijk daarom de elektrische gegevens als geheel. Alleen naar vermogen of spanning kijken is onvoldoende.

Vermogen in kW

Het benodigde vermogen wordt bepaald door wat de machine van de motor vraagt. Heeft de bestaande motor jarenlang goed gefunctioneerd en blijft de toepassing gelijk? Dan is hetzelfde nominale vermogen meestal een logisch uitgangspunt.

Het aantal kilowatt op het plaatje geeft het mechanische uitgangsvermogen aan. Een elektromotor van 2,2 kW kan onder de gegeven omstandigheden dus 2,2 kW aan de as leveren. Het elektrisch opgenomen vermogen ligt hoger door verliezen in de motor.

Kies niet zonder beoordeling een zwaardere motor als de oude regelmatig overbelast raakt. Een vastlopende machine, verkeerde overbrenging of slechte koeling kan de werkelijke oorzaak zijn.

Installatie door Jumatra

Laat de installatie uitvoeren door Jumatra. We nemen na de bestelling contact op om de installatie in te plannen. De definitieve prijs wordt achteraf berekend op basis van nacalculatie per dagdeel.

Toerental en aantal polen

Het toerental van de vervanger moet passen bij de snelheid die de machine nodig heeft. Een veel hoger of lager toerental verandert de werking van bijvoorbeeld een pomp, ventilator of transportband.

Bij een asynchrone motor ligt het nominale toerental iets onder het synchrone toerental. Een vierpolige motor kan daarom bijvoorbeeld 1.450 rpm op het plaatje hebben, terwijl het synchrone toerental bij 50 Hz 1.500 rpm bedraagt. Kleine verschillen tussen motoren zijn mogelijk; beoordeel of de toepassing die toelaat.

Aantal polenSynchroon toerental bij 50 Hz
23.000 rpm
41.500 rpm
61.000 rpm
8750 rpm
Hetzelfde vermogen bij een ander toerental betekent bovendien een ander nominaal koppel. Vergelijk vermogen en toerental daarom altijd samen.

Spanning en ster-driehoekaanduiding

De spanningswaarden moet je samen met de symbolen Δ en Y lezen. Twee motoren waarop allebei 400 V staat, kunnen op een 400V-net een andere aansluiting nodig hebben. Een ster-driehoekstarter stelt aanvullende eisen. De motor moet na het starten in driehoek kunnen draaien op de aanwezige netspanning. Een motor van 230/400 V Δ/Y is daarom niet geschikt voor een gebruikelijke ster-driehoekstart op een 400V-net. Een motor van 400/690 V Δ/Y kan daarvoor geschikt zijn, afhankelijk van de uitvoering en toepassing. Laat de aansluiting en startmethode controleren aan de hand van het aansluitschema van de nieuwe motor. Neem de bestaande brugverbindingen niet automatisch over.

Aantal fasen en frequentie

De nieuwe motor moet passen bij het aantal fasen en de voedingsfrequentie. Een eenfase motor en een driefasenmotor zijn niet zonder meer uitwisselbaar, ook niet wanneer het vermogen gelijk is. Controleer bij een motor met zowel 50Hz- als 60Hz-gegevens welke waarden voor jouw installatie gelden. Bij aansturing via een frequentieregelaar is ook de uitgangsspanning van de regelaar van belang.

Nominale stroom

De nominale stroom van de nieuwe motor hoeft niet exact gelijk te zijn aan die van de oude. Zelfs motoren met hetzelfde vermogen kunnen verschillende stroomwaarden hebben. Gebruik de gegevens van de nieuwe motor om de motorbeveiliging en aansturing opnieuw te beoordelen. De juiste instelling hangt ook af van de schakeling en de positie van de beveiliging. Oude instellingen klakkeloos overnemen kan leiden tot ongewenst uitschakelen of onvoldoende bescherming.

Welke afmetingen en montagegegevens moeten passen?

De motor moet aansluiten op de bestaande bevestiging en aandrijving. Controleer daarom naast het typeplaatje ook de maattekening en de werkelijke montage. Let vooral op de bouwvorm, bouwmaat, as en beschikbare ruimte.

Bouwvorm: voet, flens of een combinatie

De bouwvorm beschrijft hoe de motor wordt gemonteerd. Veel voorkomende uitvoeringen zijn:

BouwvormMontage
B3Voetmontage
B5Flensmontage met doorgaande bevestigingsgaten
B14Flensmontage met schroefdraadgaten
B35Voetmontage gecombineerd met B5-flens
B34Voetmontage gecombineerd met B14-flens

Controleer ook de toegestane montagepositie. Een motor die verticaal wordt gemonteerd, kan aanvullende eisen stellen aan bijvoorbeeld lagering of bescherming tegen binnendringend water.

Bouwmaat en ashoogte

De bouwmaat geeft informatie over gestandaardiseerde aansluitmaten. Bij een gangbare IEC-voetmotor verwijst het getal naar de ashoogte: de afstand tussen het montagevlak van de voeten en het midden van de as. Neem de volledige aanduiding over, inclusief eventuele letters. Vergelijk daarna de maatvoering. Alleen hetzelfde getal op het typeplaatje is geen volledige controle van alle bevestigingsmaten.

Adsiameter, aslengte en bevestigingsmaten

De as en bevestiging moeten passen bij de koppeling, poelie, reductor of machine. Controleer daarvoor de asdiameter, uitstekende aslengte en spiebaan. Vergelijk bij voetmontage de boutafstanden en bij flensmontage de centreerrand, steekcirkel en bevestigingsgaten. Een afwijking op deze punten kan betekenen dat de motor niet rechtstreeks uitwisselbaar is. Controleer dit vóór het bestellen, zeker bij oudere of aangepaste motoren.

Inbouwruimte en positie van de klemmenkast

Controleer of de motor binnen de beschikbare inbouwruimte past, met voldoende vrije ruimte voor koeling en kabelaansluitingen. Elektromotoren met dezelfde aansluitmaten kunnen namelijk verschillen in totale lengte en omvang. Let daarbij ook op de positie van de klemmenkast: deze kan bovenop of aan een zijkant zitten en moet goed bereikbaar blijven. Houd bij aanduidingen als ‘links’ en ‘rechts’ de kijkrichting van de fabrikant aan.

Welke uitvoering vraagt jouw toepassing?

De omgeving en het gebruik bepalen welke motoruitvoering nodig is. Een vervanger moet niet alleen passen en draaien, maar ook bestand zijn tegen de omstandigheden waarin hij werkt.

Beschermingsgraad en isolatieklasse

De IP-beschermingsgraad moet geschikt zijn voor de aanwezige stof- en waterbelasting. De isolatieklasse heeft een andere functie: die beschrijft de thermische belastbaarheid van het isolatiesysteem van de wikkelingen. Beoordeel beide afzonderlijk. Een hogere isolatieklasse maakt een motor bijvoorbeeld niet automatisch geschikt voor een natte omgeving.

Bedrijfsduur en startgedrag

De motor moet geschikt zijn voor de werkcyclus van de machine. S1 duidt op continu bedrijf, terwijl andere aanduidingen betrekking hebben op bijvoorbeeld kortstondig of onderbroken gebruik. Neem ook het aantal starts en de belasting tijdens het aanlopen mee. Een motor die een zwaar belaste aandrijving op gang moet brengen, heeft andere start-eisen dan een motor die vrijwel onbelast begint.

Rem, sensoren en speciale uitvoeringen

Extra voorzieningen van de bestaande motor moeten terugkomen als de machine daarvan afhankelijk is. Denk aan een rem, temperatuursensoren, encoder of afzonderlijke koelventilator. Bij een remmotor zijn onder meer het remkoppel en de voedingsspanning van de rem relevant. Heeft de motor een ATEX-markering? Laat dan vaststellen welke gecertificeerde uitvoering de toepassing vereist. Alleen dezelfde IP-klasse of hetzelfde vermogen is daarvoor onvoldoende.

Gebruik met een frequentieregelaar

Een vervangende motor moet geschikt zijn voor de frequentieregelaar en het gewenste toerentalbereik. Controleer na vervanging ook de ingevoerde motorgegevens en eventuele identificatieprocedure van de regelaar. Bij langdurig langzaam draaien verdient de koeling extra aandacht. Een ventilator op de motoras draait dan eveneens langzamer. Afhankelijk van de belasting kan een afzonderlijke ventilator of aangepaste bedrijfsvoering nodig zijn.

Frequentieregelaar instelservice

Laat je frequentieregelaar instellen door de specialisten van Jumatra. Zo kun je direct de regelaar installeren op je systeem.

Kun je overstappen op een hogere rendementsklasse?

Een hogere rendementsklasse kan een goede keuze zijn bij vervanging, mits de motor technisch bij de installatie past. Het rendement hoeft dus niet gelijk te blijven aan dat van de oude motor. De IE-klasse geeft het efficiëntieniveau aan. Bij een vergelijkbaar bedrijfspunt zet een efficiëntere motor een groter deel van de opgenomen elektrische energie om in mechanisch vermogen. Hoeveel je bespaart, hangt onder meer af van belasting en draaiuren. Controleer bij een overstap opnieuw de afmetingen, nominale stroom en startgegevens. Een hoger rendement betekent niet automatisch dat de motor zonder verdere controle uitwisselbaar is.

Wat als het typeplaatje ontbreekt of onleesbaar is?

Zonder leesbaar typeplaatje is aanvullende informatie nodig om een vervanger te bepalen. Alleen het uiterlijk of de buitenafmetingen geeft onvoldoende zekerheid over de elektrische eigenschappen. Verzamel zoveel mogelijk van het volgende:

  • Foto’s van de complete motor, montage en aangedreven machine.
  • Merk, typenummer en documentatie van de machine.
  • Asmaten, bevestigingsmaten en eventuele flensmaten.
  • Gegevens over de voeding en bestaande aansturing.
  • Informatie over de toepassing, belasting en bedrijfsduur.
  • Oude facturen, handleidingen of technische tekeningen.
Instellingen van een bestaande frequentieregelaar kunnen aanwijzingen geven, maar bewijzen niet welke motor nodig is. Die instellingen kunnen eerder onjuist zijn ingevoerd.

Checklist voordat je een vervangende elektromotor bestelt

Een geschikte vervanger hoeft niet op ieder punt identiek te zijn. De motor moet voldoen aan de eisen van de machine, terwijl afwijkende eigenschappen opnieuw worden beoordeeld.

Controlepunt en wat je moet vastellen:

Vermogen en toerental
Passen de prestaties bij de belasting en vereiste machinesnelheid?
Zijn fasen, spanning, frequentie en startmethode geschikt?
Kan de motor op de bestaande manier worden gemonteerd?
Sluiten alle mechanische maten aan?

Is er voldoende ruimte voor motor, aansluitingen en koeling?

Bescherming en bedrijfssoort
Is de uitvoering geschikt voor omgeving en werkcyclus?
Zijn de benodigde rem, sensoren en andere opties aanwezig?
Past de gekozen klasse bij de toepassing en geldende eisen?
Zijn deze gecontroleerd op de gegevens van de nieuwe motor?
Tip! Controleer ook waarom de oude motor is uitgevallen. Bij overbelasting, slechte koeling of verkeerde uitlijning kan een nieuwe motor opnieuw problemen krijgen.

Hulp bij het vervangen van je elektromotor

Bij Jumatra helpen we je een elektromotor te selecteren die past bij jouw machine en toepassing. Stuur een duidelijke foto van het typeplaatje en vermeld waarvoor de motor wordt gebruikt. Voeg bij voorkeur ook foto’s van de montage en informatie over de aansturing toe. Zo kunnen we gericht meekijken naar vermogen, toerental, aansluiting, maatvoering en de benodigde uitvoering. Neem contact op met Jumatra voor advies over een passende vervangende elektromotor.

Wij helpen je verder.

Ons team van specialisten staat voor je klaar met deskundig advies, technische ondersteuning en snelle hulp bij storingen. 24 uur per dag 7 dagen per week, hulp wanneer jij het nodig hebt.

Account
BESTELLIJST
BESTELLIJST
Login
Paswoordherstel

Wachtwoord vergeten? Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in. Je ontvangt een link via e-mail om een nieuw wachtwoord in te stellen.

Winkelwagen 0
Recent bekeken 0

Uitleg: Vermogen

Wanneer we het over het vermogen van een elektromotor hebben, bedoelen we hoeveel kracht die motor kan leveren. Dat drukken we meestal uit in kilowatt (kW) of in paardenkracht (HP of pk). Kilowatt is de moderne, metrische eenheid die vooral in Europa wordt gebruikt. Paardenkracht is een oudere term die je nog vaak ziet, bijvoorbeeld bij auto’s of Amerikaanse machines.

Eén kilowatt staat gelijk aan 1000 watt, en als je dat omrekent naar paardenkracht, dan komt 1 kW ongeveer overeen met 1,34 pk. Andersom is 1 pk ongeveer 0,75 kW. Dus een motor van 2 kW levert ongeveer 2,7 pk aan vermogen. Hoe hoger het vermogen, hoe krachtiger de motor is. Een motor van 5 kW kan dus zwaardere taken aan dan een motor van 2 kW.

In de praktijk betekent dit dat een elektrische fiets bijvoorbeeld een motor heeft van zo’n 0,25 kW, wat genoeg is om iemand soepel te ondersteunen tijdens het fietsen. Een elektrische auto zoals een Tesla heeft daarentegen vaak een motor van meer dan 150 kW, wat zorgt voor hoge snelheden en snelle acceleratie.

Kort gezegd: kW en pk zijn twee manieren om hetzelfde te meten, hoeveel kracht een elektromotor levert. Wil je weten welk vermogen je nodig hebt, dan hangt dat af van wat je ermee wilt aandrijven.

Uitleg: RPM

RPM staat voor Revolutions Per Minute, oftewel het aantal omwentelingen dat een elektromotor per minuut maakt. In het Nederlands wordt dit ook wel het toerental genoemd.

Het RPM geeft aan hoe snel de as van de elektromotor draait. Een motor met een toerental van 1500 RPM maakt bijvoorbeeld ongeveer 1500 volledige omwentelingen per minuut.

Het toerental van een elektromotor wordt voornamelijk bepaald door het aantal polen en de netfrequentie. Bij een standaard netfrequentie van 50 Hz komen de meest voorkomende toerentallen neer op ongeveer:

2-polig: 3000 RPM
4-polig: 1500 RPM
6-polig: 1000 RPM
8-polig: 750 RPM

In de praktijk ligt het werkelijke toerental iets lager door slip in de motor. Daarom zie je op typeplaatjes vaak waarden zoals 2850 RPM, 1450 RPM, 960 RPM of 710 RPM.

Het juiste RPM is belangrijk omdat iedere toepassing een specifieke draaisnelheid vereist. Pompen, ventilatoren, transportbanden en machines functioneren optimaal binnen een bepaald toerentalbereik. Een te hoog toerental kan leiden tot overmatige slijtage of een onjuiste werking, terwijl een te laag toerental onvoldoende capaciteit of vermogen kan opleveren.

Kort gezegd geeft RPM aan hoe snel een elektromotor draait en is het een van de belangrijkste specificaties bij het kiezen van de juiste elektromotor voor een toepassing.

Uitleg: Materiaal

Het materiaal van een elektromotor bepaalt voor een groot deel de sterkte, duurzaamheid en warmteafvoer van de motor. De behuizing van elektromotoren wordt meestal gemaakt van gietijzer of aluminium.

Motoren met een gietijzeren behuizing zijn extra sterk, trillingsarm en geschikt voor zware industriële toepassingen. Dit type motor wordt vaak gebruikt in omgevingen waar betrouwbaarheid en robuustheid essentieel zijn.

Motoren met een aluminium behuizing zijn daarentegen lichter van gewicht en hebben een goede warmteafvoer. Hierdoor zijn ze geschikt voor toepassingen waar een compacte en efficiënte oplossing gewenst is.

Kort gezegd bepaalt het materiaal van de behuizing hoe goed de motor bestand is tegen belasting, omgeving en temperatuur, en welke toepassingen het meest geschikt zijn.

Uitleg: Fasen

Het aantal fasen van een elektromotor geeft aan op welke elektrische aansluiting de motor werkt. De meest voorkomende varianten zijn 1-fase en 3-fase motoren.

Een 1-fase motor werkt op een standaard 230V aansluiting en wordt vooral gebruikt in kleinere toepassingen, zoals huishoudelijke apparaten of lichte machines. Deze motoren zijn eenvoudig aan te sluiten, maar leveren over het algemeen minder vermogen en koppel.

Een 3-fase motor werkt op een 400V krachtstroomaansluiting en wordt gebruikt voor zwaardere en industriële toepassingen. Deze motoren draaien efficiënter, leveren een hoger en constanter koppel en hebben een betere prestatie bij langdurig gebruik.

Soms wordt ook gesproken over 2-fasen, maar dit komt in de praktijk nauwelijks voor. Meestal gaat het hierbij om een 1-fase motor met een extra wikkeling (condensator) of om het gebruik van twee fasen binnen een 3-fase aansluiting.

Kort gezegd bepaalt het aantal fasen hoeveel vermogen, efficiëntie en toepassingsmogelijkheden de elektromotor heeft.

Uitleg: Bouwvorm

De bouwvorm van een elektromotor geeft aan hoe de motor gemonteerd wordt en in welke positie deze geplaatst kan worden. Dit bepaalt hoe de motor in een installatie wordt ingebouwd.

Veelvoorkomende bouwvormen zijn bijvoorbeeld B3, B5 en B35/B14. Een B3 motor heeft voeten en wordt op een vlakke ondergrond gemonteerd. Een B5 motor heeft een flens aan de voorzijde, waarmee de motor direct aan een machine gekoppeld kan worden. Een B35 motor combineert beide, dus voeten én een flens, wat zorgt voor extra flexibiliteit bij montage.

De juiste bouwvorm kiezen is belangrijk om ervoor te zorgen dat de motor correct aansluit op de toepassing en stabiel gemonteerd kan worden.

Kort gezegd bepaalt de bouwvorm hoe en waar de elektromotor wordt bevestigd en toegepast binnen een installatie.

Offerte aanvragen bij Jumatra

Offerte aanvragen voor je materialen? Je kunt op twee manieren een offerte aanvragen:

  1. Offerte op basis van je winkelwagen
    Voeg de gewenste producten toe aan je winkelwagen en doorloop het bestelproces. Vul je gegevens en verzendinformatie in. In de laatste stap kies je voor Offerte aanvragen in plaats van direct bestellen.

  2. Vrijblijvend een offerte aanvragen via het formulier
    Heb je nog geen concrete productselectie of wil je eerst overleggen over bijvoorbeeld installatie of maatwerk? Vul dan het offerteformulier in. We nemen daarna contact met je op.

Uitleg: Polen

Het aantal polen van een elektromotor bepaalt hoe snel de motor draait en hoeveel kracht (koppel) deze levert. In de motor wordt een magnetisch veld opgewekt met meerdere noord- en zuidpolen. Hoe meer polen de motor heeft, hoe langzamer deze draait.

Bij een standaard netfrequentie van 50 Hz betekent dit dat een 2-polige motor ongeveer 3000 omwentelingen per minuut maakt, terwijl een 4-polige motor rond de 1500 rpm draait en een 8-polige motor ongeveer 1000 rpm behaalt.

Naast de snelheid heeft het aantal polen ook invloed op het koppel. Motoren met meer polen leveren meer kracht en zijn geschikt voor toepassingen waarbij een lagere snelheid en hoger koppel gewenst zijn. Motoren met minder polen draaien juist sneller en worden vaak toegepast in situaties waar snelheid belangrijker is dan kracht.

Kort gezegd bepaalt het aantal polen de balans tussen snelheid en kracht van de elektromotor.